Een speurtocht past bij bijna elk kinderfeestje: de kinderen volgen aanwijzingen en vinden aan het eind een schat. Hier lees je hoe je hem uitzet, welke opdrachten bij welke leeftijd passen, en hoe je binnen, buiten of met een vossenjacht speelt.
Op deze pagina
Zo zet je een speurtocht uit
- Kies de plek van de schat. Die bepaalt waar de tocht eindigt.
- Bedenk vijf tot tien plekken voor de aanwijzingen: onder een bloempot, achter een deur, in de brievenbus.
- Werk van achter naar voren. Schrijf eerst de aanwijzing die naar de schat leidt, en verstop die op de laatste plek voor de schat. Zo ga je terug tot aan de eerste aanwijzing, die je bij de start uitdeelt.
- Nummer de aanwijzingen. Dan zie je meteen of er een ontbreekt.
- Loop de tocht zelf een keer na, of laat iemand anders hem lopen. Dan merk je of een raadsel te moeilijk is.
- Binnen kun je de aanwijzingen de dag ervoor verstoppen. Buiten doe je het pas vlak voor het feest, anders waaien ze weg of vindt iemand anders ze eerst.
Voor de uitnodiging kies je het thema speurtocht. Begin je de planner met voorbeelden, dan staat de taak om de speurtocht uit te zetten al op de dag voor het feest. Gaat de tocht buiten, leg de aanwijzingen dan pas vlak voor het feest neer. Aanwijzingen maken staat bovenaan bij de ideeën.
Opdrachten per leeftijd
4 tot 6 jaar: plaatjes en doe-opdrachten
Kleuters kunnen nog niet lezen. Gebruik foto’s of tekeningen van de plek waar de volgende aanwijzing ligt: de wasmachine, de glijbaan, de zandbak. Wissel af met korte opdrachten die ze samen doen, zoals tien keer springen of zoeken naar iets roods. Vijf of zes aanwijzingen is genoeg.
7 tot 9 jaar: raadsels en simpele codes
Deze kinderen lezen zelf en vinden het leuk om iets te ontcijferen. Denk aan raadsels, een woord in spiegelschrift, of een code waarbij elke letter een cijfer is. Laat ze onderweg letters verzamelen die samen de plek van de schat vormen. Acht aanwijzingen is een goede lengte.
10 tot 12 jaar: geheimschrift en een slot
Oudere kinderen willen een echte uitdaging. Gebruik geheimschrift, een kaart met coördinaten, of cijfers die ze onderweg verzamelen voor een cijferslot op de schatkist. Laat ze in groepjes tegen elkaar strijden, met een tijdslimiet.
Twintig voorbeeldopdrachten
Neem ze over, pas ze aan aan je huis of buurt, of laat je erdoor op ideeën brengen. De antwoorden staan tussen haakjes.
- Zoek iets dat geel is en neem het mee naar de volgende plek.
- Spring tien keer op één been. Dan krijg je de volgende aanwijzing.
- Ik heb een deur, maar ik ben geen huis. Van binnen is het altijd koud. (koelkast)
- Ik heb tanden, maar ik bijt nooit. (kam)
- Hoe meer ik droog, hoe natter ik word. (handdoek)
- Ik heb vier poten, maar ik loop nooit. Je eet aan mij. (tafel)
- Tel de ramen aan de voorkant van het huis. Dat getal is het eerste cijfer van het slot.
- Zoek een blad dat groter is dan je hand.
- Loop tien grote stappen richting de schuur en kijk onder de bloempot.
- Maak een groepsfoto waarop iedereen een dier nadoet.
- Ontcijfer: 19 3 8 1 20. Elke letter is zijn plek in het alfabet. (schat)
- Vervang elke letter door de letter die er in het alfabet voor komt: TDIBU. (schat)
- Lees deze aanwijzing met een spiegel. (schrijf hem in spiegelschrift)
- Zing samen een liedje voor de begeleider. Dan krijg je de volgende aanwijzing.
- Verzamel bij elke plek een puzzelstuk. Samen vormen ze een kaart met de plek van de schat.
- Vind drie dingen die met de letter B beginnen.
- Maak met de hele groep de letter T op de grond en laat er een foto van maken.
- Hoeveel poten hebben alle stoelen in de keuken samen?
- Loop als een krab naar de volgende plek.
- De schat ligt waar je elke avond je tanden poetst. (badkamer)
Een speurtocht binnen
Regent het, of heb je geen tuin? Een speurtocht kan ook in huis. Verstop de aanwijzingen in lades, onder kussens, achter de gordijnen of in een laars bij de voordeur. Maak voor jonge kinderen één kamer het speelveld, voor oudere het hele huis.
- Spreek af welke kamers verboden terrein zijn, en plak daar een briefje op de deur.
- Verstop niets op plekken waar kinderen op meubels moeten klimmen.
- Voor oudere kinderen: doe de lampen uit en geef elk groepje een zaklamp. Een hele tocht in het donker staat bij een griezelspeurtocht.
Buiten en in de buurt
In de tuin, een park of het bos is er meer ruimte om te rennen. Buiten de tuin loop je met groepjes van drie of vier kinderen, elk met een volwassene.
- Kies een route zonder drukke wegen om over te steken.
- Spreek een plek af waar iedereen samenkomt als een groepje de weg kwijt is.
- Geef elke begeleider een telefoonnummer van de andere begeleiders.
- Stop de aanwijzingen in een plastic zakje, voor als het nat wordt.
Meer spelletjes voor buiten staan bij spelletjes voor een kinderfeestje.
Fotospeurtocht
Bij een fotospeurtocht krijgt elk groepje een lijst met foto’s die ze moeten maken, met een telefoon van de begeleider. Wie heeft na een half uur tot een uur de meeste en de grappigste foto’s? Kijk ze na afloop samen terug op een groot scherm.
- Een foto met de hele groep bij een boom, op een bankje of op een trap.
- Iets dat begint met de eerste letter van de naam van de jarige.
- Een hond, een kat of een ander dier.
- De groep in de vorm van het leeftijdscijfer van de jarige.
- Het mooiste huisnummer dat jullie tegenkomen.
- Iedereen met een verbaasd gezicht.
Vossenjacht
Bij een vossenjacht zoeken de kinderen niet naar briefjes, maar naar mensen. Een paar volwassenen, de vossen, lopen verkleed of met een herkenningsteken rond in de buurt. Wie een vos vindt, krijgt een letter of een stempel. Samen vormen de letters een woord.
- Vraag vier tot zes volwassenen om vos te zijn, bijvoorbeeld ooms, tantes of buren.
- Geef elke vos iets opvallends: een hoed, een sjaal of een pet in dezelfde kleur. Of laat de kinderen zoeken met een foto van elke vos.
- Spreek een gebied af met duidelijke grenzen, zoals een park of een paar straten.
- De kinderen zoeken in groepjes, elk met een begeleider. Na een uur komt iedereen terug.
- Welk groepje heeft de meeste letters, of raadt als eerste het woord?
Voor kleine kinderen kan het ook in de tuin: verstop een paar knuffelvossen en laat ze die zoeken.
Voor kinderen van 10 tot 12 jaar past ook een dropping: volwassenen brengen de groepjes naar een onbekende plek, en elk groepje zoekt met een begeleider in het donker de weg terug.
De schat
De schat hoeft niet groot te zijn, als het maar voelt als een vondst. Een doos met goudpapier eromheen, een kist met een slot of een zak met chocolademunten.
- De uitdeelzakjes, dan heeft iedereen meteen iets mee naar huis.
- De taart, als afsluiter van de tocht.
- Een medaille of oorkonde voor elke speurder.
- Een sleutel die een kist opent die al die tijd in de kamer stond.
Kies bij de uitnodiging het thema speurtocht, dan staat je kind als speurder op de uitnodiging. Of kies piraten voor een schattenjacht.
Vragen van ouders
Hoe lang duurt een speurtocht?
Met zes tot acht aanwijzingen ben je binnen een half uur klaar, buiten in de buurt al snel drie kwartier tot een uur. Voor kleuters is twintig minuten lang genoeg.
Hoeveel aanwijzingen heb je nodig?
Vijf of zes voor kinderen van 4 tot 6 jaar, acht tot tien voor oudere kinderen. Meer mag, maar dan duurt het lang en haken de eersten af.
Hoe maak je een speurtocht voor kinderen die nog niet lezen?
Gebruik foto’s of tekeningen van de plek waar de volgende aanwijzing ligt. Of lees de aanwijzing voor en laat de kinderen de plek zoeken.
Wat is het verschil tussen een speurtocht en een vossenjacht?
Bij een speurtocht volg je aanwijzingen naar een schat. Bij een vossenjacht zoek je naar mensen die verstopt of verkleed rondlopen. Van elke vos krijg je een letter of stempel.
Moet iedereen samen lopen of in groepjes?
Tot een jaar of zes loop je het best met de hele groep samen, met jou voorop. Oudere kinderen vinden het leuk om in groepjes tegen elkaar te strijden, elk met een eigen begeleider en eigen aanwijzingen.