Koekhappen, zaklopen en spijkerpoepen: oud-Hollandse spelletjes kennen de meeste kinderen van Koningsdag of de sportdag op school. Je hebt er weinig voor nodig, en veel spullen maak je zelf. Hier lees je per spel hoe het werkt en hoe je er een zeskamp van maakt voor een kinderfeestje.
Op deze pagina
De spelletjes op een rij
| Spel | Leeftijd | Nodig |
|---|---|---|
| Koekhappen | 3 tot 10 jaar | touw, ontbijtkoek |
| Zaklopen | 4 tot 12 jaar | jutezakken |
| Blikken gooien | 3 tot 12 jaar | blikken, zachte ballen |
| Eierlopen | 4 tot 10 jaar | lepels, eieren |
| Spijkerpoepen | 6 tot 12 jaar | touw, spijker, fles |
| Ringwerpen | 3 tot 10 jaar | ringen, flessen |
| Touwtrekken | 6 tot 12 jaar | lang touw |
| Ezeltje prik | 3 tot 8 jaar | tekening, blinddoek |
| Sjoelen | 6 tot 12 jaar | sjoelbak |
Zo speel je ze
Koekhappen
Plakjes ontbijtkoek hangen aan een touw. Met je handen op je rug probeer je een hap te nemen. Wie heeft als eerste een flinke hap?
Nodig: een waslijn of touw tussen twee palen of in een deuropening, dunne touwtjes, ontbijtkoek, een satéprikker.
- Prik met de satéprikker een gaatje in elke plak koek en trek er een touwtje door.
- Knoop de touwtjes aan de lijn, zo dat de koek net boven de mond van de kinderen hangt.
- Iedereen staat onder een plak, met de handen op de rug. Op het startsein mag je happen.
- Wie als eerste een flinke hap uit de koek heeft, wint. Daarna eet iedereen zijn plak rustig op.
Variant: laat de lijn door twee volwassenen vasthouden. Die kunnen hem een beetje op en neer laten gaan, dat maakt het moeilijker.
Tip: snijd voor jonge kinderen kleinere stukjes. Vraag bij de ouders na of alle kinderen koek mogen eten.
Zaklopen
Met beide benen in een zak spring je naar de overkant. Als estafette wordt het een wedstrijd tussen teams.
Nodig: een jutezak per team, of stevige oude kussenslopen voor kleine kinderen, iets om de start en het keerpunt te markeren.
- Leg een startlijn en een keerpunt, ongeveer tien meter verder.
- Maak twee of drie teams die elk in een rij achter de startlijn staan.
- De eerste van elk team stapt in de zak, springt naar het keerpunt en terug, en geeft de zak aan de volgende.
- Het team dat als eerste helemaal rond is, wint.
Variant: met z’n tweeën in één grote zak, of een parcours met een paar pionnen om omheen te springen.
Tip: speel op gras, niet op tegels. Vallen hoort erbij.
Blikken gooien
Gooi een toren van blikken om met een zachte bal. Iedereen krijgt drie ballen per beurt.
Nodig: tien lege blikken, drie zachte ballen of pittenzakjes, een tafel of kist om de toren op te zetten.
- Zet de blikken als toren neer: vier onderaan, dan drie, twee en één.
- Trek een gooilijn, op twee of drie meter voor jonge kinderen en verder weg voor oudere.
- Iedereen gooit drie keer. Tel hoeveel blikken er van de tafel af zijn.
Variant: geef elk blik een aantal punten, of zet één gekleurd blik in de toren dat dubbel telt.
Tip: zelf maken: spoel lege blikken om en plak de rand af met stevige tape, zodat er niets scherps is. Beplak ze met papier in de kleuren van het thema. Pittenzakjes maak je van een sok met rijst, met een knoop erin.
Eierlopen
Loop met een ei op een lepel naar de overkant, zonder dat het valt.
Nodig: een lepel per kind, hardgekookte eieren of eieren van plastic.
- Iedereen staat achter de startlijn met een ei op een lepel.
- Op het startsein loop je naar de overkant. Je andere hand houd je op je rug.
- Valt het ei, dan leg je het terug op de lepel en ga je verder vanaf die plek.
Variant: voor oudere kinderen: de lepel in de mond in plaats van in de hand. Of als estafette, waarbij je het ei van lepel naar lepel doorgeeft.
Tip: binnen werkt een pingpongbal in plaats van een ei.
Spijkerpoepen
Achter je hangt een spijker aan een touw. Zonder je handen te gebruiken laat je hem in de hals van een fles zakken.
Nodig: per speler een touw om het middel, een tweede touw met een spijker of potlood eraan, een lege fles.
- Knoop het touw met de spijker aan de achterkant van het touw om het middel. De spijker hangt aan de achterkant naar beneden, tot ongeveer kniehoogte.
- Zet de fles achter de speler op de grond.
- Op het startsein probeer je de spijker in de fles te krijgen, alleen door te bewegen en door je knieën te zakken. Wie het eerst is, wint.
Variant: zet een paar flessen op een rij. Wie krijgt de spijker in de meeste flessen binnen een minuut?
Tip: gebruik voor jonge kinderen een potlood en een pot met een brede opening.
Ringwerpen
Gooi ringen om een paaltje of een fles. Hoe verder weg, hoe meer punten.
Nodig: vijf ringen, drie tot vijf flessen of paaltjes.
- Zet de flessen neer, op verschillende afstanden van de gooilijn.
- Geef de flessen punten: dichtbij één punt, verder weg twee of drie.
- Iedereen gooit vijf ringen. Tel de punten van de ringen die om een fles hangen.
Variant: zet de flessen in een driehoek, zoals bij bowlen. Of speel in teams: welk team haalt samen de meeste punten?
Tip: zelf maken: knip ringen uit een stuk stevig karton of een papieren bord, of maak ze van een rol krant met tape eromheen. Vul de flessen met zand of water, dan vallen ze niet om.
Touwtrekken
Twee teams trekken aan één touw. Het team dat de ander over de middenstreep trekt, wint.
Nodig: een stevig, lang touw, een lint of sjaal voor het midden, iets om twee strepen op de grond te maken.
- Knoop het lint in het midden van het touw en maak twee strepen op de grond, een meter uit elkaar.
- Verdeel de kinderen in twee teams die ongeveer even sterk zijn.
- Op het startsein trekt iedereen. Komt het lint over de streep van jouw team, dan heeft je team gewonnen.
Variant: speel twee van de drie rondes, en wissel na elke ronde van kant.
Tip: niemand wikkelt het touw om zijn hand of lichaam. Speel op gras, want bij het winnen valt vaak het hele andere team om.
Ezeltje prik
Met een blinddoek om prik je de staart op een tekening van een ezel. Wie komt het dichtst bij de goede plek?
Nodig: een grote tekening van een ezel zonder staart, een papieren staart per kind, plakband, een blinddoek.
- Hang de tekening op kinderhoogte aan de muur of een deur.
- Schrijf op elke staart de naam van een kind en zet er een stukje plakband aan.
- Blinddoek om, drie rondjes draaien, en dan de staart op de ezel plakken. Wiens staart zit het dichtst bij de goede plek?
Variant: maak het passend bij het thema: de hoorn op de eenhoorn, het ooglapje op de piraat of de vin op de haai.
Tip: laat kinderen die geen blinddoek willen gewoon hun ogen dichtdoen.
Sjoelen
Heb je een sjoelbak, dan past sjoelen goed in het rijtje. Je schuift houten schijven over de bak naar de vakjes aan het eind.
Nodig: een sjoelbak met schijven, pen en papier voor de score.
- Je speelt met 30 schijven in drie beurten. Na elke beurt pak je de schijven terug die niet in een vakje liggen.
- De vakjes zijn van links naar rechts 2, 3, 4 en 1 punt waard.
- Heb je in elk vakje een schijf, dan is dat een set van 20 punten. Losse schijven tellen de waarde van hun vakje. De hoogste score is 148.
Variant: voor jonge kinderen tel je gewoon de punten van de vakjes op, zonder sets.
Tip: zet de sjoelbak op een lange tafel, of op de vloer als de kinderen klein zijn.
Een zeskamp organiseren
Maak van zes spelletjes een zeskamp. De kinderen spelen in teams, doen elk onderdeel één keer en verzamelen punten. Het werkt het best vanaf een jaar of zes en met acht kinderen of meer.
- Kies zes spelletjes, bijvoorbeeld koekhappen, zaklopen, blikken gooien, eierlopen, ringwerpen en spijkerpoepen.
- Maak teams van drie of vier kinderen en geef elk team een naam of een kleur.
- Zet de onderdelen verspreid neer. Laat met elk team een volwassene meelopen die uitlegt en punten bijhoudt. Of zet de onderdelen dicht bij elkaar, dan kunnen twee volwassenen alles overzien.
- Laat de teams om de tien minuten doorschuiven naar het volgende onderdeel.
- Tel de punten op een groot vel en sluit af met een prijsuitreiking. Een medaille of lintje voor iedereen voorkomt teleurstelling.
Met zes onderdelen van tien minuten duurt een zeskamp ongeveer een uur. Met kortere onderdelen ben je in drie kwartier klaar. Met taart en limonade erbij vul je een middag van twee uur.
In de planner die bij de uitnodiging hoort, staan koekhappen, zaklopen en spijkerpoepen bij de ideeën voor het draaiboek. Zet in het vak Extra bericht dat kinderen kleren aantrekken die vies mogen worden.
Binnen of buiten
Binnen
- Koekhappen, in een deuropening
- Blikken gooien, met zachte ballen
- Ringwerpen
- Spijkerpoepen
- Ezeltje prik en sjoelen
Buiten
- Zaklopen
- Touwtrekken
- Eierlopen
- Blikken gooien, met tennisballen
- Koekhappen, aan een lijn tussen twee bomen
Meer spelletjes voor binnen en buiten, zoals stoelendans, limbo en vlaggenroof, staan bij spelletjes voor een kinderfeestje.
Vragen van ouders
Wat zijn oud-Hollandse spelletjes?
Spelletjes die in Nederland al generaties lang op feesten en kermissen gespeeld worden, zoals koekhappen, zaklopen, spijkerpoepen, blikken gooien, sjoelen en touwtrekken. Ze hebben weinig spullen nodig en iedereen kan meedoen.
Welke oud-Hollandse spelletjes passen bij kleuters?
Koekhappen, blikken gooien, ringwerpen en ezeltje prik. Die hebben eenvoudige regels en duren kort. Zaklopen en spijkerpoepen zijn vanaf een jaar of zes makkelijker.
Kun je oud-Hollandse spelletjes binnen doen?
Ja. Koekhappen kan in een deuropening, en blikken gooien, ringwerpen, spijkerpoepen, ezeltje prik en sjoelen passen in een woonkamer. Zaklopen en touwtrekken kun je beter buiten doen.
Waar haal je zakken voor zaklopen?
Jutezakken vind je bij winkels voor hobby, tuin of bouw. Voor kleine kinderen werken stevige oude kussenslopen ook.
Hoe lang duurt een zeskamp?
Reken op ongeveer tien minuten per onderdeel, dus een uur voor zes onderdelen. Tel daar het uitleggen en de prijsuitreiking bij op.