Spelletjes voor een kinderfeestje, met uitleg, wat je nodig hebt en een variant. Op deze pagina staan 28 spellen voor binnen en buiten, voor kinderen van 3 tot 12 jaar, en tips voor knutselen en schminken. Kies er drie of vier voor een middag van twee uur.
Op deze pagina
Alle spelletjes op een rij
Kies een leeftijd of binnen en buiten, en klik op een spel voor de uitleg. De leeftijden zijn een richtlijn: jij kent de groep het best.
Leeftijd (jaar)
Binnen of buiten
31 ideeën
Stoelendans
Spelletjes
Rondlopen op muziek en snel een stoel zoeken als het stil wordt. Ook te spelen zonder dat er kinderen af zijn.
4 tot 12 jaarBinnenZelf doenStopdans
Spelletjes
Dansen op muziek en stilstaan als een standbeeld zodra de muziek stopt.
3 tot 8 jaarBinnen of buitenZelf doenBallondans
Spelletjes
In tweetallen dansen met een ballon tussen je in, zonder handen. Raap stukjes ballon meteen op.
6 tot 12 jaarBinnenZelf doenHete aardappel
Spelletjes
Een bal doorgeven in de kring zolang de muziek speelt. Wie hem heeft als het stil wordt, doet een opdracht.
4 tot 9 jaarBinnenZelf doenKoekhappen
Spelletjes
Met de handen op de rug een hap nemen van een plak koek aan een touwtje.
3 tot 10 jaarBinnen of buitenZelf doenZaklopen
Spelletjes
In een zak naar de overkant springen, als wedstrijd of estafette.
4 tot 12 jaarBuitenZelf doenBlikken gooien
Spelletjes
Met een zachte bal een toren van blikken omgooien.
3 tot 12 jaarBinnen of buitenZelf doenEierlopen
Spelletjes
Met een ei op een lepel naar de overkant lopen zonder dat het valt.
4 tot 10 jaarBuitenZelf doenSpijkerpoepen
Spelletjes
Een spijker aan een touw om je middel in een fles laten zakken, zonder handen.
6 tot 12 jaarBinnen of buitenZelf doenRingwerpen
Spelletjes
Ringen om de hals van een fles gooien, met een eigen afstand per kind.
3 tot 10 jaarBinnen of buitenZelf doenTouwtrekken
Spelletjes
Twee even sterke teams trekken aan een touw. Wie trekt de ander over de streep?
6 tot 12 jaarBuitenZelf doenEzeltje prik
Spelletjes
Geblinddoekt de staart op de ezel plakken, of iets anders dat bij het thema past.
3 tot 8 jaarBinnenZelf doenSjoelen
Spelletjes
Schijven in de vakjes van de sjoelbak schuiven en punten tellen.
6 tot 12 jaarBinnenZelf doenZeskamp
Spelletjes
Teams gaan langs zes korte onderdelen, zoals zaklopen en blikken gooien, en verzamelen punten.
6 tot 12 jaarBuitenZelf doenVoeldoos
Spelletjes
Met je hand in een doos voelen en raden wat erin zit.
3 tot 8 jaarBinnenZelf doenKimspel
Spelletjes
Spullen op een dienblad bekijken, afdekken en onthouden wat er lag of wat er weg is.
5 tot 12 jaarBinnenZelf doenWie ben ik?
Spelletjes
Een briefje op je voorhoofd en met ja-neevragen raden wat erop staat.
7 tot 12 jaarBinnenZelf doenUitbeelden
Spelletjes
Zonder te praten een woord uitbeelden terwijl je team raadt.
6 tot 12 jaarBinnenZelf doenLevend memory
Spelletjes
Memory met de kinderen zelf als kaartjes: elk tweetal kiest een geheim gebaar.
7 tot 12 jaarBinnen of buitenZelf doenSponzenestafette
Spelletjes
Met een natte spons water naar een beker aan de overkant brengen. Voor een warme dag.
5 tot 12 jaarBuitenZelf doenWaterballonnen overgooien
Spelletjes
In tweetallen een waterballon overgooien en na elke vangbeurt een stap achteruit. Raap stukjes ballon meteen op.
6 tot 12 jaarBuitenZelf doenBallonnen stampen
Spelletjes
Een ballon aan je enkel en proberen die van de anderen kapot te stappen. Raap stukjes ballon meteen op.
5 tot 12 jaarBinnen of buitenZelf doenVlaggenroof
Spelletjes
Twee teams, twee vlaggen: haal de vlag van de ander naar je eigen helft.
7 tot 12 jaarBuitenZelf doenChocoladespel
Spelletjes
Gooi je zes, dan trek je muts, sjaal en handschoenen aan en probeer je met mes en vork een reep chocola te eten.
6 tot 12 jaarBinnenZelf doenCadeautjesspel
Spelletjes
Bij elke zes pak je een klein cadeautje, en in de tweede ronde pak je er een van een ander.
6 tot 12 jaarBinnenZelf doenMummie inpakken
Spelletjes
Een teamgenoot zo snel en mooi mogelijk inpakken met wc-papier.
5 tot 12 jaarBinnenZelf doenPiñata
Spelletjes
Om de beurt slaan of aan touwtjes trekken tot de piñata opengaat.
3 tot 10 jaarBinnen of buitenZelf doenSpelletjesmiddag met tafels
Spelletjes
Op elke tafel een ander spel, en de groepjes schuiven door.
9 tot 12 jaarBinnenZelf doenWaterspelletjes in de tuin
Spelletjes
Sponzen, waterballonnen en een zwembadje op een warme dag. Blijf altijd bij het badje.
4 tot 12 jaarBuitenZelf doenZaaltje of gymzaal huren
Spelletjes
Een zaal huren en daar zelf spelletjes en eten regelen. Handig bij veel kinderen of slecht weer.
4 tot 12 jaarBinnenZelf doenBingo
Spelletjes
Een rij vol op je kaart? Roep bingo. Met getallen, of met plaatjes voor wie nog niet leest.
4 tot 12 jaarBinnenZelf doen
Geen ideeën met deze filters.
Spelletjes per leeftijd
4 tot 6 jaar. Korte spelletjes met weinig regels en zonder lezen: stopdans, hete aardappel, stoelendans, voeldoos, koekhappen, ezeltje prik, blikken gooien, ringwerpen, piñata, bingo met plaatjes en een speurtocht met plaatjes. Laat wie af is meehelpen, dan blijft iedereen erbij.
7 tot 9 jaar. Wedstrijdjes en spelletjes met een beetje uitdaging: limbo, ballondans, kimspel, uitbeelden, zaklopen, eierlopen, spijkerpoepen, sponzenestafette, ballonnen stampen, chocoladespel, mummie inpakken, vlaggenroof, en een speurtocht met raadsels.
10 tot 12 jaar. Teams, tactiek en lachen: vlaggenroof, levend memory, wie ben ik, uitbeelden, touwtrekken, waterballonnen overgooien, cadeautjesspel, en een speurtocht met codes en geheimschrift.
Per leeftijd uitgewerkt, met een draaiboek en uitjes: 5 jaar, 6 jaar, 7 jaar, 8 jaar, 9 jaar, 10 jaar, 11 jaar en 12 jaar.
Binnen of buiten
Binnen, ook als het regent
Buiten, met ruimte om te rennen
Geef je het feestje thuis? Bij kinderfeestje thuis staat hoe je de middag indeelt en wat je doet als het regent.
Spelletjes met muziek
Muziek aan, muziek uit: het werkt bij elke leeftijd. Iemand bedient de muziek en kijkt niet mee, dan is het stoppen eerlijk. Negen muziekspelletjes met tips voor de muziek staan bij spelletjes met muziek.
Stoelendans
Zet één stoel minder neer dan er kinderen zijn. Iedereen loopt rondjes op de muziek. Stopt de muziek, dan zoekt iedereen een stoel. Wie geen stoel heeft, is af, en er gaat een stoel weg.
Nodig: stoelen zonder wieltjes, muziek.
Stopdans
Ook wel standbeeldendans genoemd. Iedereen danst op de muziek en bevriest zodra die stopt.
Nodig: muziek.
- Zet de muziek aan en laat iedereen dansen.
- Zet de muziek onverwacht stil. Iedereen staat meteen stil als een standbeeld.
- Wie nog beweegt, wordt jury en kijkt de volgende ronde mee.
Variant: roep bij het stoppen een houding: op één been, als een boom of als een dier uit het thema.
Tip: wie af is, helpt als jury. Zo zit er niemand verveeld aan de kant.
Limbo
Onder een stok door, achterover leunend, zonder de stok te raken. Na elke ronde gaat de stok lager.
Nodig: een bezemsteel of een touw, twee mensen om vast te houden, muziek.
- Houd de stok losjes vast op borsthoogte, zodat hij meegeeft als iemand ertegenaan komt.
- Iedereen loopt er om de beurt onder door, met het bovenlijf naar achteren en zonder de grond met de handen te raken.
- Na elke ronde gaat de stok een stukje lager. Wie de stok raakt, is af.
Variant: jonge kinderen mogen gewoon onder de stok door kruipen. Het gaat erom dat het steeds lager wordt.
Tip: leg een mat of kussens neer. Bij de laagste standen valt er wel eens iemand.
Ballondans
Dansen in tweetallen met een ballon tussen je in, zonder handen.
Nodig: ballonnen, muziek.
- Maak tweetallen. Elk tweetal klemt een ballon tussen de voorhoofden.
- Zet de muziek aan. Dansen mag, de ballon met je handen aanraken niet.
- Valt de ballon, dan is het tweetal af. Het laatste tweetal wint.
Variant: roep elke ronde een andere plek: buik aan buik, rug aan rug, schouder aan schouder.
Tip: blaas een paar ballonnen extra op, er knapt er altijd wel een. Raap stukjes kapotte ballon meteen op: kinderen onder de 8 kunnen erin stikken.
Hete aardappel
Een bal gaat de kring rond zolang de muziek speelt. Wie hem heeft als de muziek stopt, doet een opdracht.
Nodig: een zachte bal of knuffel, muziek, briefjes met opdrachten.
- Ga in een kring zitten en geef de bal snel door, alsof hij gloeiend heet is.
- Stop de muziek zonder te kijken.
- Wie de bal heeft, trekt een briefje en doet de opdracht, zoals hinkelen, een dier nadoen of een liedje zingen.
Variant: het pakjesspel: pak een klein cadeautje in met veel laagjes papier. Wie het pakje heeft als de muziek stopt, haalt er één laagje af. Wie het laatste laagje eraf haalt, mag het houden.
Tip: stop bij het pakjesspel in elk laagje een snoepje of een opdracht. Wie al een laagje had, geeft het pakje door aan iemand die nog niet aan de beurt was.
Oud-Hollandse spelletjes
De klassiekers van elk buurtfeest. Hieronder kort per spel. De volledige uitleg, hoe je de spullen zelf maakt en hoe je er een zeskamp van maakt, staat bij oud-Hollandse spelletjes.
Koekhappen
De koek hangt aan een lijn, je handen houd je op je rug. Wie heeft als eerste een flinke hap?
Zaklopen
Stap in de zak en spring naar de overkant. Het leukst als estafette: welk team is het eerst weer terug?
Blikken gooien
Drie ballen om een piramide van tien blikken van tafel te gooien. Wie krijgt ze allemaal om?
Eierlopen
Zo snel mogelijk lopen met een ei op een lepel. Valt het, dan leg je het terug en loop je verder.
Spijkerpoepen
Een spijker bungelt aan een touw achter je. Zonder je handen moet hij in de hals van de fles.
Ringwerpen
Ringen om flessen gooien, met meer punten voor de flessen die verder weg staan.
Touwtrekken
Twee teams, één touw en een lint in het midden. Wie trekt de ander over de streep?
Ezeltje prik
Blinddoek om, drie rondjes draaien en dan de staart op de ezel plakken. Of de hoorn op de eenhoorn.
Raden en onthouden
Rustige spelletjes voor binnen, handig na het rennen of als het regent.
Voeldoos
Voel in een dichte doos en raad wat erin zit.
Nodig: een doos met een gat voor een hand, of een kussensloop, en spullen om te voelen.
- Stop er een voorwerp in zonder dat de kinderen meekijken.
- Om de beurt voelt een kind en fluistert het antwoord in je oor.
- Na elke ronde laat je zien wat het was en stop je er iets nieuws in.
Variant: maak het passend bij het thema: bij piraten een touw, een schelp en een opgerolde schatkaart, bij dino een plastic dino en een steen.
Tip: niets scherps of plakkerigs. Gekookte spaghetti in een dicht zakje voelt vies genoeg.
Kimspel
Een geheugenspel: kijk goed naar de spullen op een dienblad en ontdek wat er weg is.
Nodig: een dienblad, tien tot twintig kleine voorwerpen, een doek.
- Leg de voorwerpen op het blad en laat ze een minuut zien.
- Leg de doek eroverheen en haal er ongezien één voorwerp af.
- Haal de doek weg. Wie ziet als eerste wat er mist?
Variant: oudere kinderen schrijven na een minuut kijken zoveel mogelijk voorwerpen op. Wie de meeste weet, wint.
Tip: gebruik spullen uit het thema, dan past het spel meteen bij het feest.
Wie ben ik?
Je hebt een briefje op je voorhoofd en raadt met ja-of-neevragen wie of wat je bent.
Nodig: plakbriefjes of kaartjes met plakband, een pen.
- Schrijf op elk briefje een dier, een beroep of iets uit het thema.
- Plak bij iedereen een briefje op het voorhoofd, zonder dat diegene het kan lezen.
- Om de beurt stel je een vraag die met ja of nee te beantwoorden is. Is het antwoord ja, dan mag je nog een vraag stellen.
Variant: voor jongere kinderen: alleen dieren, en de anderen doen het geluid na als hint.
Tip: schrijf groot en duidelijk, zodat de anderen het goed kunnen lezen.
Uitbeelden
Beeld een woord uit zonder te praten. Je team raadt wat het is.
Nodig: kaartjes met woorden of plaatjes, een zandloper of de timer van een telefoon.
- Maak twee teams.
- Iemand trekt een kaartje en beeldt het uit, zonder te praten of te wijzen.
- Het eigen team heeft een minuut om het te raden. Goed geraden is een punt.
Variant: tekenen in plaats van uitbeelden: wie aan de beurt is, tekent het woord op een groot vel.
Tip: voor kinderen die nog niet lezen: gebruik plaatjes of fluister het woord in hun oor.
Levend memory
Memory met kinderen in plaats van kaartjes. Het werkt vanaf ongeveer tien kinderen.
Nodig: niets.
- Twee kinderen gaan de kamer uit. Zij zijn de raders.
- De rest maakt tweetallen en spreekt per tweetal een beweging of een geluid af. Daarna gaat iedereen door elkaar staan.
- De raders tikken om de beurt twee kinderen aan, die hun beweging doen. Is het dezelfde, dan is het een paar en gaan ze zitten.
Variant: gebruik woorden die rijmen, of dieren met hun geluid.
Tip: wie een paar vindt, mag nog een keer. Blijft er bij het tweetallen maken een kind over, doe dan zelf mee.
Rennen en water
Voor buiten, met ruimte. Bij warm weer met water: zet dan droge kleren bij Neem mee op de uitnodiging. Acht spelletjes met water, en hoe je het veilig houdt, staan bij waterspelletjes.
Sponzenestafette
Breng water naar de overkant met alleen een natte spons.
Nodig: per team een volle en een lege emmer en een spons.
- Zet per team een volle emmer bij de start en een lege aan de overkant.
- Om de beurt doop je de spons, rent naar de overkant en knijpt hem uit in de lege emmer.
- Na vijf minuten kijk je welk team het meeste water heeft overgebracht.
Variant: geef de spons in een rij boven je hoofd door. De laatste knijpt hem uit, rent naar voren en begint opnieuw.
Tip: zet de emmers op gras, dan wordt het geen modderbad op de tegels.
Waterballonnen overgooien
Gooi een waterballon naar je maatje en vang hem zonder dat hij knapt.
Nodig: waterballonnen, een emmer.
- Maak tweetallen en zet ze in twee rijen tegenover elkaar, twee stappen uit elkaar.
- Gooi de ballon naar je maatje.
- Gevangen? Dan doen jullie allebei een stap achteruit. Knapt hij, dan is het tweetal af.
Variant: vul de ballonnen voor jonge kinderen maar half. Ze knappen dan minder snel.
Tip: raap stukjes ballon meteen op, niet pas na afloop. Kinderen onder de 8 kunnen erin stikken.
Ballonnen stampen
Iedereen heeft een ballon aan de enkel. Stap de ballonnen van de anderen kapot en bescherm je eigen ballon.
Nodig: ballonnen, touwtjes van ongeveer een halve meter.
- Bind bij iedereen een ballon aan een enkel.
- Op het startsein probeer je de ballonnen van anderen kapot te stappen.
- Wie zijn ballon kwijt is, is af. Wie als laatste over is, wint.
Variant: speel in twee teams, elk met een eigen kleur ballon.
Tip: speel op gras of een zachte vloer, met schoenen aan. Raap de stukjes ballon na elke ronde op: kinderen onder de 8 kunnen erin stikken. Niet voor kinderen die schrikken van harde knallen.
Vlaggenroof
Twee teams proberen elkaars vlag te veroveren.
Nodig: twee vlaggen of lintjes, pionnen of een touw voor de middenlijn.
- Verdeel het veld in twee helften. Elk team zet zijn vlag achter op de eigen helft.
- Probeer de vlag van de ander te pakken en naar je eigen helft te brengen.
- Word je op de helft van de ander getikt, dan sta je gevangen bij hun vlag tot een teamgenoot je aantikt.
Variant: geef iedereen een lintje achter in de broekband. Wie zijn lintje kwijt is, is getikt. Voor jongere kinderen: wie getikt wordt, gaat terug naar de eigen achterlijn in plaats van gevangen te staan.
Tip: laat een volwassene scheidsrechter zijn. Dan zijn de discussies snel voorbij.
Bingo, dobbelen en inpakken
Spelletjes aan tafel met bingokaarten of een dobbelsteen, en een gek spel met wc-papier. Handig rond de taart, of als de groep even binnen moet blijven.
Bingo
Iedereen heeft een kaart met getallen of plaatjes. Wie als eerste een rij vol heeft, roept bingo.
Nodig: een bingokaart per kind (zelf getekend of geprint), een lijstje of briefjes met dezelfde getallen of plaatjes in een zak, fiches, knopen of een stift om af te strepen, en kleine prijsjes.
- Geef elk kind een kaart. Elke kaart is anders: andere getallen of plaatjes, of dezelfde in een andere volgorde.
- Een volwassene trekt een briefje uit de zak en noemt het getal of plaatje. Wie het op zijn kaart heeft, legt er een fiche op of streept het af.
- Wie een hele rij vol heeft, roept bingo. Controleer de rij samen, en dan is er een prijsje en een nieuwe ronde.
Variant: plaatjesbingo met dieren of dingen uit het thema, voor kinderen die nog niet lezen. Voor oudere kinderen: muziekbingo met liedjes in plaats van getallen.
Tip: houd de rondes kort. Wie al een prijsje heeft, speelt daarna mee voor de eer, en wie aan het eind niets heeft, krijgt er ook een. Gebruik geen knopen als fiches als er kinderen onder de 4 bij zijn.
Chocoladespel
Wie zes gooit, trekt muts, sjaal en handschoenen aan en probeert met mes en vork een reep chocola te eten. Tot de volgende zes gooit.
Nodig: een reep chocola in papier, een bord, een botermes en een vork, een muts, een sjaal, handschoenen en een dobbelsteen.
- Leg de reep met het botermes en de vork op een bord in het midden van de tafel.
- Gooi om de beurt met de dobbelsteen.
- Wie zes gooit, trekt de kleren aan en eet met mes en vork, terwijl de rest doorgooit. Gooit een ander zes, dan gaat alles over naar die speler.
Variant: pak de reep extra in, met een paar laagjes papier en plakband.
Tip: vraag bij de ouders na of alle kinderen chocola mogen.
Cadeautjesspel
Kleine cadeautjes wisselen van eigenaar met elke zes die valt.
Nodig: een klein ingepakt cadeautje per kind, een dobbelsteen, een timer.
- Leg de cadeautjes in het midden. Gooi om de beurt: bij een zes pak je een cadeautje.
- Als alle cadeautjes verdeeld zijn, zet je de timer op drie tot vijf minuten.
- Nu pak je bij een zes een cadeautje van iemand anders. Na de piep houdt iedereen wat hij heeft.
Variant: voor de cadeautjes van de jarige: de gasten gooien om de beurt, en wie zes gooit, geeft zijn cadeautje. Zo wordt het uitpakken ook een spel.
Tip: kies cadeautjes die ongeveer even leuk zijn en houd er een paar achter de hand voor wie aan het eind niets heeft.
Mummie inpakken
Pak je maatje zo snel mogelijk in met wc-papier.
Nodig: een rol wc-papier per tweetal.
- Maak tweetallen: een inpakker en een mummie.
- Op het startsein pakt de inpakker de mummie van top tot teen in, behalve het gezicht.
- Na twee minuten kiezen de anderen de mooiste mummie. Daarna wisselen.
Variant: maak er een modeshow van: van wc-papier maak je ook een jurk, een cape of een kroon.
Tip: houd een vuilniszak klaar voor het opruimen.
Knutselen en schminken
Geen spelletjes, wel vaste onderdelen van veel kinderfeestjes. Ze zijn rustig en de kinderen hebben er iets aan over.
Knutselen
Een rustig moment tussen de drukke spelletjes, met een aandenken om mee naar huis te nemen.
Nodig: karton, stiften, stickers, lijm, scharen, eventueel glitters en veren.
- Leg per kind een setje spullen klaar en dek de tafel af.
- Laat een voorbeeld zien dat je van tevoren hebt gemaakt.
- Zet een plek klaar waar de knutsels kunnen drogen, met de naam van elk kind erbij.
Variant: kies iets bij het thema: een kroon, een piratenhoed, een schatkaart, een medaille of een dinomasker. Oudere kinderen maken armbandjes of versieren een tasje.
Tip: wil je van knutselen het thema van het hele feest maken? Kies dan het thema knutselen voor de uitnodiging.
Schminken
Een eenvoudig gezichtje maakt van elk kind een poes, een piraat of een vlinder.
Nodig: schmink op waterbasis die bedoeld is voor de huid, kwastjes en sponsjes, een bakje water, doekjes, een spiegel. Schmink niet over wondjes.
- Leg een paar voorbeelden neer waar de kinderen uit kiezen. Dat scheelt twijfelen.
- Zet met een sponsje de basiskleur neer, daarna de lijnen met een kwastje.
- Laat het kind in de spiegel kijken en maak een foto.
Variant: voor kinderen die geen schmink op hun gezicht willen: een klein figuurtje op de hand of de arm.
Tip: schmink aan het begin van het feest, dan heeft iedereen het de hele middag op. Bij het thema schminken heeft het figuurtje op de uitnodiging ook schmink op de wangen.
Schminken op een kinderfeestje: wat je nodig hebt en een schminker inhuren
Speurtocht en piñata
Twee onderdelen die zo populair zijn dat ze een eigen pagina hebben.
Speurtocht
Volg aanwijzingen door het huis, de tuin of de buurt, met aan het eind een schat. Voor jonge kinderen met plaatjes, voor oudere met raadsels en codes.
Nodig: papier, stiften en iets als schat.
Piñata
Een figuur van papier-maché vol snoep, die de kinderen om de beurt openslaan. Voor kleine kinderen is er een versie met lintjes om aan te trekken.
Nodig: een piñata, een stok, een blinddoek, snoep of kleine cadeautjes.
Tips voor de spelletjes
- Drie of vier is genoeg. Voor een middag van twee uur heb je drie of vier spelletjes nodig, plus één als reserve. Uitleggen en groepjes maken kost meer tijd dan je denkt.
- Wissel druk en rustig af. Na het rennen werkt een spel aan tafel goed, bijvoorbeeld rond de taart.
- Niemand verveeld aan de kant. Wie af is, krijgt een taak: jury, muziek bedienen of punten tellen. Of kies een variant zonder afvallers.
- Een prijsje voor iedereen. Een sticker of een snoepje voor elke deelnemer voorkomt tranen. Een extra prijs voor de winnaar kan, maar hoeft niet.
- Leg alles vooraf klaar. Per spel een doos of tas met de spullen erin. Dan hoef je tijdens het feest niets te zoeken.
Bij de uitnodiging krijg je een planner. Daarin staan stoelendans, koekhappen, de piñata en andere spelletjes bij de ideeën voor het draaiboek. Met één klik zet je ze in je schema.
Vragen van ouders
Hoeveel spelletjes heb je nodig voor een kinderfeestje?
Voor een feestje van twee uur zijn drie of vier spelletjes genoeg, naast de taart en de cadeautjes. Houd er één achter de hand voor als een spel sneller klaar is dan gedacht.
Welke spelletjes kun je binnen doen?
Stoelendans, stopdans, hete aardappel, de voeldoos, kimspel, uitbeelden, ezeltje prik en het chocoladespel. Een speurtocht kan ook binnen: bij de speurtocht staat hoe.
Welke spelletjes passen bij kleuters?
Spelletjes met weinig regels en zonder lezen: stopdans, hete aardappel, de voeldoos, koekhappen, ezeltje prik en blikken gooien. Houd elk spel kort en laat wie af is meehelpen.
Hoe voorkom je ruzie bij een wedstrijd?
Leg de regels uit voor je begint en laat een volwassene scheidsrechter zijn. Wissel teams na elke ronde en kies af en toe een spel waarbij niemand wint of verliest, zoals de voeldoos.
Wat doe je met de cadeautjes van de jarige?
Sommige ouders laten ze meteen uitpakken, andere na afloop. Wil je er een spel van maken, kijk dan bij het cadeautjesspel: wie zes gooit, geeft zijn cadeautje.